Siddhartha, Hermann Hesse

Wijsheid is nooit over te dragen. De wijsheid, die een wijze voor een ander toegankelijk probeert te maken, klinkt altijd als iets dwaas. [...] Iets wat je weet, kun je iemand anders mededelen, wijsheid echter niet.

Zijn leven en streven is belangrijker dan wat hij gezegd heeft, de bewegingen van zijn handen belangrijker dan de meningen die hij verkondigd heeft. Niet in wat hij gezegd heeft, niet in zijn denken zie ik zijn grootheid, maar in zijn daden, de wijze waarop hij geleefd heeft.

Het erkennen van oorzaken, dat is denken, alleen zo worden ervaringen inzichten.

Moge je vriendschap mijn loon zijn.

Ieder geeft wat hij heeft. De soldaat geeft zijn kracht, de koopman zijn waren, de leraar zijn leer, de boer zijn rijst, de visser zijn vis.

Hij bezit het geheim van die mensen voor wie het succes vanzelf schijnt te komen. Het lijkt net of alles voor hem maar een spel is, nooit wordt hij helemaal door zijn werk in beslag genomen, nooit beheerst het hem, nooit is hij bang voor mislukking, nooit bekommert hij zich om verlies.

Nooit wist Kamaswami zijn vennoot ervan te overtuigen om zich zorgelijk te maken of driftig te uiten, het voorhoofd te fronsen of slecht te slapen.

De meeste mensen zijn als een blad dat valt als speeltuig voor de wind draait en wentelt het, om ten slotte ter aarde te tuimelen. Anderen echter, zij zijn sterk in de minderheid, lijken op sterren, die een vaste baan hebben, zij zijn onbereikbaar voor de wind, en bezitten een wet en een koers in zichzelf.

Nu al die vergankelijke zaken mij weer ontvallen zijn, nu sta ik weer zo onder de zon, zoals ik eens als klein kind bestaan heb, ik bezit niets, ken niets, ben nergens toe in staat, en heb niets geleerd. Hoe wonderlijk is alles toch!

Ik heb zoveel domheden moeten begaan, zoveel zonden, zoveel dwaasheden, ik heb zoveel walging, zoveel ontgoochelingen, zoveel verdriet moeten doorstaan, alleen maar om weer een kind te worden en weer opnieuw te kunnen beginnen.

Mensen die goed kunnen luisteren zijn zeldzaam, en onder die weinigen trof ik nog nooit zo'n goeie luisteraar aan als jij. Ook in dat opzicht zal ik van jou kunnen leren.

Hij was een heel eenvoudig mens, geen denker, maar hij wist, wat noodzakelijk was.