Herinneringen, Dromen, Reflecties, Carl Jung

Dat het leven een vraag aan mij stelt, is de zin van mijn bestaan.

Of omgekeerd: ik zelf ben een vraag die aan de wereld is gericht en ik moet zelf voor mijn antwoord zorgen; anders ben ik uitsluitend op het antwoord van de wereld aangewezen. Dat is mijn bovenpersoonlijke levenstaak die ik slechts met moeite verwezenlijk. Wellicht vertegenwoordigt ze iets wat mijn voorouders al bezighield, maar waar zij geen antwoord op konden vinden.

Mijn eigen inzicht is de enige en grootste schat die ik bezit.

Dromen zijn compensaties van de bewuste instelling.

Waar het vooral op aankomt is het onderscheid tussen het bewustzijn en de inhouden van het onbewuste. Deze moet je als het ware isoleren; en dat gaat het gemakkelijkst door ze te personifiëren, om dan vanuit het bewustzijn een contact met hen tot stand te brengen. Alleen op deze manier kun je hun de macht ontnemen die ze anders op het bewustzijn uitoefenen. Omdat de inhouden van het onbewuste een zeker graad van autonomie bezitten, levert deze techniek geen bijzondere moeilijkheden op. Het is echter iets heel anders je in het algemeen vertrouwd te maken met het feit van de autonomie van de onbewuste inhouden. En toch ligt juist hierin de mogelijkheid om met het onbewuste om te gaan.

Hoe minder we begrijpen van datgene wat onze vaders en grootvaders gezocht hebben, des te minder begrijpen we ons zelf, en we helpen met alle macht de instinctloosheid, de ontworteldheid van elk mans afzonderlijk te vergroten - zodat deze als onderdeeltje van de massa alleen nog maar de 'Geist der Schwere' volgt