Arme Mense, Fyodor Dostoyevsky

"Maar volgens mij, verdient die orgeldraaier, die ik vanmorgen op de Gorochowaja tegenkwam, meer achting dan die anderen. En al slooft hij zich de hele dag ook uit voor een paar armzalige centen, hij is toch maar zijn eigen baas en kan zichzelf bedruipen. Hij wil niet zomaar om een aalmoes vragen; door zijn werk verschaft hij de mensen genoegen, hij draait en draait zijn orgel, even regelmatig als een opgewonden mechaniek - of anders gezegd : hij doet iets waar de mensen plezier aan beleven, ook hij. Hij is arm, doodarm, dat is waar, en hij blijft arm, maar hij is een achtenswaardige arme: al is hij ook afgesloofd en verkleumd van kou, hij blijft werken, en al is het dan op zijn manier, hij doet zijn best. En er zijn veel van degelijke mensen, meisje, eerlijke, deugdzame mensen die niet veel verdienen in verhouding tot de moeite die zij zich geven, maar die ook voor niemand behoeven te buigen en niemand om genadebrood behoeven te vragen. En zie je, zo iemand als die orgeldraaier ben ik ook, natuurlijk niet letterlijk, maar in overdrachtelijke zin, in de edele betekenis van het woord net zoals hij, want ook ik doe wat in mijn vermogen ligt. Meer kan ik nu eenmaal niet en wat een mens niet kan, daar mag je hem ook geen verwijt van maken."