Aan de Rand van de Dood, Aniela Jaffé

We leven om een zo hoog mogelijke mate van geestelijke ontwikkeling en bewustwording te bereiken. Zolang het leven nog maar enigszins mogelijk is - zolang moet men aan het leven vasthouden, om het volledig voor de bewustwording te benutten.

De mateloze overschatting van de aardse waarden als macht, kennis en bezit brengt van nature een onderwaardering van geestelijke en niet-aardse waarden met zich mee.

Bewust-zijn mag nooit alleen als intellectueel weten opgevat worden: het is veeleer altijd gebonden aan een innerlijke heroriëntatie, aan een verandering van zielehouding.

Jung zag de zin van het leven als een voortdurende bewustzijnsverruiming, met al haar mentale, religieuze en ethische consequenties.

De doorbraak van archetypische symbolen in droom of fantasie betekent de mogelijkheid van terugkoppeling van de dromer met de oorspronkelijke KENNISSCHAT in zijn innerlijk en daarmee ook de verandering van zijn instelling.

"Zijn ongeleefde leven, dat zich nu tegen hem richt."

Dromen kan men niet maken, het zijn spontane, zuivere natuurproducten (OBJECTIEF vs SUBJECTIEF over ik) en zij vertellen ons alleen, wat wij op een bepaald moment moeten weten, maar zij bevredigen niet onze intellectuele nieuwsgierigheid.

Voorbeeld:

Vader was denker tijdens zijn leven, verwaarloosde zijn gevoelens. => studeert aan muziekacademie na carriere, om te werken aan wat hij tijdens zijn leven totdantoe had verwaarloosd