Waarom je niet moet doen en niet moet weten (tenzij als je beseft dat je dat niet bent)

Gewoon zijn is het moeilijkste dat er is.

Wie ben ik?
Weet ik niet…

Wat ik ben kan niet geweten, omvat of gevat worden,
maar ik ben, dat ervaar ik,
in mij is er iets dat is,
een zijn.

Als ik niet weet, niet bevat, niet conceptualiseer,
wat ik ben, 
kan ik zijn.

Wie ik denk te zijn, 
is nooit wie ik ben,

Dus wat ik kan doen is
niet proberen te beschrijven (of dat beschrijven op zijn minst niet geloven)
wat ik ben
om tot een…
duidelijkere, “correctere” bevatting te komen,
maar ik moet, ik kan 
gewoon zijn.

Gewoon zijn is het moeilijkste dat er is.
Als ik kan zijn, 
kan ik doen - net omdat mijn zijn ook doend is,
mijn zijn is een iets dat doet vanuit zijn zijn,
en moet niet tot een beslissing overgaan om te doen,
doen is inherent aan mijn zijn.

Echter als ik zonodig wil doen, dat wil zeggen

met de arrogantie of overtuiging leef dat mijn doen,
op de een of andere manier beter is in doen
dan het zijn waarvan het doen wordt gedaan 
puur vanuit de staat en compleetheid van zijn wezen

of, als ik wil weten, dat wil zeggen

met de arrogantie of overtuiging leef
dat mijn weten op een of andere manier
kan bevatten wat de totaliteit of perfectie van mijn zijn is,

dan zal ik de rol van maker op mij nemen,
de maker van ziekte, oorlog, conflict en onvolkomenheden in mijzelf.

Ik zal mijn zijn die heel is in zich zelf
en volwaardig is in zich zelf
in stukken delen en 
zijn vloeiende wezensstaat blokkeren,

beseffend uiteindelijk 
dat ik diegene was 
die dat gedaan heeft, 

beseffend uiteindelijk
dat ik, al die tijd,
genoeg was 
in mijn zijn,

maar ik moest zonodig doen!
Ik moest zonodig weten!